1. Klein Seinpost
Op de eerste bladzij van de roman treffen wij Vera Melchers, een aantrekkelijke en stijlvolle vrouw van midden veertig, op het terras van koffiehuis Klein Seinpost, aan de boulevard van Kijkduin. Zij overdenkt het bestaan met haar ouders, haar echtgenoot, haar minnaars, haar dochter Heleen.
‘Links de boulevard, onlangs geasfalteerd, en direct op de hoek koffiehuis Klein Seinpost, herkenbaar aan de groene windschermen. Een gezelschap zoekt er plaatsen. De vrouw die nu het terras oploopt, fier én ingetogen – het type dat wanneer ze een openbare gelegenheid binnengaat zich uit onzekerheid een zekere arrogantie aanmeet – hoeft zich geen weg te banen. Men gaat voor haar opzij. (…) Een vrouw. Deze vrouw. Met de top van haar wijsvinger strijkt ze even langs haar wimpers. Strijkt toch geen tranen weg? Of de mooie, blauwe droom over het leven?’













