7. Turks eethuis Topkapi
‘In spiegelschrift op het raam “tavuk = kip”. Ze zaten in Topkapi, een koffiehuis waar de hele nacht door een eenvoudige maaltijd van brood, kip en linzensoep geserveerd werd, tegenover Hollands Spoor. De baas ruimde de dominostenen op.
Harry vond dat het vanwege het schelle licht hier altijd vroeg in de ochtend was. De eigenaar bracht twee glazen koffie. Caspers vriend glimlachte even, de ogen gesloten, mompelde verschillende keren: “Me voy a lavar la toto”, waarschijnlijk de vrouw citerend die hij bezocht had. Casper dacht: hij is tevreden. Hij was blij voor hem, keek met vertedering naar de krachtige, blond behaarde armen van Harry. Deze bracht de hete koffie naar zijn mond en meende dat je jezelf niet veranderen kon. Het leek een soort rechtvaardiging. Zijn uitstapje had hem tweehonderd piek gekost. Misschien had hij het geld toch liever in zijn zak gehouden voor Zuid-Frankrijk.
De wijzer van de stationsklok versprong van 4.30 naar 4.31. Nadat Harry uit “school” was teruggekeerd, hadden ze wat in de buurt rondgezworven, waren ze via het Oranjeplein, met imponerende platanen en goed onderhouden gazons én meisjes die zich geen raam konden permitteren of geheel vrij wilden zijn (Harry noemde ze taxigirls), via de stille Van Hogendorpstraat weer in de richting van het station gelopen.
Topkapi lag aan het eind van het stationsplein, waar trambanen donkere tunnels in doken of schuin omhoogliepen over viaducten op smalle pijlers. Een voetgangersbrug verbond deze zijde met de overkant. Daar, onder de luifel van de hoofdingang, bij de taxistandplaats scharrelde een zwerfhond. Hij had deel uitgemaakt van het groepje dat ze vannacht enige keren waren tegengekomen. Nu was het dier alleen. Misschien verstoten. Of moe, na de lange nacht. De hond overwoog het plein over te steken. Een taxi reed weg. De hond leek zich te bedenken.
Er waren tientallen koffiehuizen aan deze zijde. Alle even naargeestig met tl-verlichting. Maghreb, Izmir, Bosporus… Harry gaf aan Topkapi de voorkeur. Misschien vanwege het fonteintje, midden in de zaak, met een groen oplichtende rots waarover water stroomde. Op de vijverbodem lagen munten, om het geluk af te dwingen. De ruimte werd ook nog opgevrolijkt door een enorme kamerlinde die zijn takken met bleke bloemen over het gehele raam uitspreidde. In de vitrine lagen schalen met kippenpoten en een aluminium bak met linzensoep. Op een schoolbord stond geschreven: Geen telefoon hier! Geen wc!