Als Edward Carson in het berucht Queensberry-proces (1895) aan Oscar Wilde vraagt welk werk deze op het oog heeft in de roman Het portet van Dorian Gray - 'het leek het eigenaardigste boek dat Dorian ooit gelezen had: het was hem te moede of alle ondeudgen van de wereld in kostbare kledij en door fijnzinnig fluitspel begeleid in een zwijgende maskerade aan hem voorbij trokken' - zinspeelt Wilde duidelijk op A rebours. Deze allengs bekend geworden roman van J.-K. Huysmans werd het brevier van symbolisten en decadenten aan het einde van de negentiende eeuw.
Het behelst de ervaringen van de rijke en zedelijk enigermate gezonken hedonist Des Esseintes, die behept is met alle neurosen waaraan zijn tijd rijk was en die zich niet bevrijden kan van het alles overheersende gevoel van verveling.
De inlvoed die van A rebours is uitgegaan, heeft zich niet tot Frankrijk en Engeland beperkt. Hier te lande zijn, om enkel deze beide schrijvers te noemen, Lodewijk van Deyssel en Arij Prins in de ban van Huysmans geraakt. Toch heeft het tot de tweede helft van de twintigste eeuw geduurd aleer twee Engelse en een Duitse vertaling van A rebours zijn verschenen. Het zeer moeilijke en allusieve Frans moet een niet te nemen barrière hebben betekend. Deze hindernis heeft Jan Siebelink, bekend van zijn verhalenbundel Nachtschade (1975), waarvan de bijzondere stijl alom is geprezen, glansrijk genomen. Ook voor het Nederlands publiek is A rebours, door Siebelink vertaald met Tegen de keer, thans een open boek.
|